"Sta jij altijd aan?"

Toen een trainer mij die vraag stelde, antwoordde ik: "Ja, volgens mij wel." En eerlijk gezegd vond ik dat helemaal niet erg. Ik hield van aanpakken, was gedreven en deed veel.

Pas later ontdekte ik dat mijn normale manier van leven eigenlijk iets anders was: een lichaam dat voortdurend onder een lichte, chronische stress stond. Het sloop erin zonder dat ik het merkte. Sterker nog: ik dacht dat deze gejaagdheid mijn basistempo was, dat dit gewoon is wie ik was.

Maar daar betaalde ik ongemerkt een hoge prijs voor.

Wat is de echte oorzaak van die gejaagdheid?

Om te begrijpen waar die chronische lage stress vandaan komt, moeten we terug naar onze biologie.

De bekende etholoog Niko Tinbergen (1907-1988) deed ooit een bijzonder experiment met vogels die normaal gesproken kleine, onopvallende eitjes leggen: vaalblauw met subtiele grijze stippen. Hij legde een nepei in het nest dat een extreme, overdreven variant van hun eigen eieren was: reusachtig groot, felblauw en met dikke, gitzwarte stippen. Wat er toen gebeurde, is veelzeggend. De vogels raakten compleet geobsedeerd door dit nepei. Ze negeerden hun eigen, echte eieren volledig en wilden alleen nog maar broeden op die imitatie.

Tinbergen noemde dit een supernormale stimulus: een kunstmatig uitvergrote prikkel die ons dierlijke instinct volledig kaapt omdat de aantrekkingskracht ervan vele malen groter is dan de natuurlijke variant. Hij zag ditzelfde patroon bij allerlei diersoorten.

Ons menselijke brein werkt in de basis hetzelfde. Ook wij reageren instinctief op dit soort overdreven imitaties. Biologisch gezien draait dit gedrag om het uitzenden van signalen die iets zeggen over je belangrijkheid.

Vandaag de dag worden we non stop overspoeld door de moderne, kunstmatige varianten hiervan: onze huidige statussymbolen. Als ik mijn kapster een foto op Instagram laat zien van een vrouw met een enorme bos haar en zeg dat ik dat ook wil, zegt zij direct: "Dan moet je extensions nemen, want zoveel volume heeft niemand van nature." Nep dus!

Scroll een paar minuten over je tijdlijn en je ziet het meteen: filters over elk gezicht, strak geregisseerde carrières en tanden die witter dan wit zijn (ook bij 65 plussers!). Het zijn stuk voor stuk de felblauwe nepeieren van deze tijd. Ons oeroude brein reageert er instinctief op alsof ze van levensbelang zijn om erbij te horen. Precies die jacht is de motor achter onze constante gejaagdheid. Daardoor leven we ongemerkt met een chronische lage stress in ons lichaam.

De verborgen prijs van altijd "aan" staan

Op zichzelf is er met ambitie en gedrevenheid niets mis. Het probleem ontstaat wanneer die supernormale prikkels ons brein gaan gijzelen. We blijven streven naar steeds meer, beter, mooier zonder dat wij daar zelf nog de regie over hebben. Als bijvoorbeeld jouw carrière verandert in je persoonlijke felblauwe ei, moet al het andere wijken. Je gaat ongemerkt levensgebieden zoals je gezin, je gezondheid en je vriendschappen verwaarlozen.

Onder die voortdurende gejaagdheid schuilt een fundamentele angst om buiten de boot te vallen en niet belangrijk genoeg te zijn. Voor onze voorouders betekende uitsluiting van de groep een mogelijke dood. Ons oeroude brein reageert nu nog precies hetzelfde. Bij een conflict met je manager of een samenwerking die niet lekker loopt, voelt het alsof je leven in acuut gevaar is. Je brein snapt simpelweg niet dat je tegenwoordig ook gewoon weer ander werk kunt vinden.

Het gevolg is een constante productie van stresshormonen zoals cortisol of adrenaline. Niet genoeg om acuut alarm te slaan, maar wel genoeg om ons continu in de fysiologische actiestand te houden.

Wanneer die chronische lage stress lang aanhoudt, vermindert de bloedtoevoer naar je prefrontale cortex (het hersengebied waarmee je kunt reflecteren en gezonde, bewuste beslissingen kunt nemen), en gaat ons brein steeds meer op de automatische piloot werken. We reageren sneller, voelen meer urgentie en nemen minder tijd om bewust af te wegen wat werkelijk belangrijk is. Alles lijkt haast te hebben.

En juist daardoor raken we langzaam verder verwijderd van onszelf. Verwijderd van wat wij écht belangrijk vinden. Van wat voor ons echt de moeite waard is om voor te gaan. En dat zijn vaak niet die felblauwe eieren.

Hoe herken je dat je systeem gejaagd is?

Net zoals ik destijds, herkennen de meeste mensen hun eigen gejaagdheid niet. Er zijn een paar signalen waar je op kunt letten:

  • Rust voelt ongemakkelijk: Zodra de druk wegvalt en je echt mag ontspannen, protesteert je lichaam. Bij mij uitte zich dat vroeger steevast in een bonzende hoofdpijn op zaterdagmiddag. Onderzoek toont aan dat mensen met chronische achtergrondstress vaak fysieke klachten krijgen of ziek worden zodra ze vakantie krijgen of in het weekend gaan ontspannen.
  • Je lichaam staat voortdurend gespannen: Opgetrokken schouders, een hoge ademhaling en gespannen kaken.
  • Alles voelt urgent: Kleine problemen lijken groot. Je hebt moeite om hoofd en bijzaken te onderscheiden en reageert sneller geïrriteerd wanneer iets anders loopt dan gepland.
  • Je zoekt steeds nieuwe prikkels: Even niets doen voelt ongemakkelijk. Je pakt automatisch je telefoon, opent je mail of scrolt gedachteloos door social media.

Een andere objectieve manier om gejaagdheid te meten is via je hartritmevariabiliteit (HRV). Een lage HRV wijst vaak op een zenuwstelsel dat langdurig in de actiestand staat. Veel moderne smartwatches maken deze data tegenwoordig heel gemakkelijk inzichtelijk.

En als je dit herkent? Wat dan?

Je eerst realiseren dat je brein automatisch achter die felblauwe eieren aangaat. Er is dus niets mis met je, dus wees mild naar jezelf en je brein!

Uit onderzoek van Suzanne Segerstrom blijkt dat ons brein gelukkig ook beschikt over een ingebouwd biologisch mechanisme: de pauzeer- en planrespons. Deze respons zorgt ervoor dat de hartslag omlaag gaat en de spierspanning afneemt.

Eerst dus pauzeren. En dan vooral op de momenten dat het intern schuurt bij je. Pas wanneer je vertraagt, krijgt het deel van je brein dat overzicht houdt weer de ruimte (je prefrontale cortex).

Stel jezelf dan de volgende vragen:

  • Wat gebeurt er nu eigenlijk?
  • Wat voel ik? Wat denk ik?
  • Wat is mijn automatische reactie?

En misschien wel de belangrijkste vraag:

  • Past deze reactie eigenlijk bij wie ik wil zijn? Bij mijn waarden?

Op dat moment ontstaat er keuzevrijheid.

Het doel is niet om nooit meer ambitieus te zijn. Het doel is ook niet om altijd rustig te zijn.

Het doel is dat jij weer bepaalt waar jij je aandacht aan geeft, in plaats van dat je aandacht voortdurend wordt gekaapt door die felblauwe eieren om je heen.

Bron: Wildschut, M. (2014) Stop, denk, doe